Spelregelvraag van de Week (13 maart 2020)

Ook op vrijdag de 13e gewoon een nieuwe spelregelvraag van de week. Het antwoord op de vraag van 6 maart had C en D moeten zijn: Bij een indirecte vrije schop als spelhervatting moet de scheidsrechter een arm de lucht in steken. Alleen bij doelrijpe situaties moet de arm in de lucht blijven totdat de bal door een andere speler is gespeeld of geraakt. In alle andere gevallen mag de arm na de spelhervatting snel weer naar beneden worden gebracht. En zoals bij vele spelhervattingen is de bal in het spel zodra deze is getrapt en beweegt. Dus C en D zijn de juiste antwoorden. Men hoeft niet altijd op 9.15 m te staan (bijvoorbeeld indirecte vrije schop op 6 meter van het doel), er hoeft niet altijd bij iedere spelhervatting een fluitsignaal te worden gegeven en de bal mag bij een indirecte vrije schop in alle richtingen worden gespeeld.

Nieuwsgierig naar eerdere vragen en antwoorden? Klik hier.

Spelregelvraag van de Week (13 maart 2020)

Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn, omdat hij denkt dat je zo een aanvaller buitenspel kunt zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen, stapt de verdediger het speelveld weer in. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Hij laat doorspelen

B. Hij onderbreekt en zal de doelverdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de verdediger het veld in kwam

C. Hij laat doorspelen en zal de verdediger bij de eerstvolgende onderbreking een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld

D. Hij onderbreekt en zal de doelverdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

Wat is het juiste antwoord?