Spelregelvraag van de week

Elke week plaatsen we op deze site een actuele spelregelvraag. Je kunt deze voor jezelf maken en als je wilt het door jou gekozen antwoord + uitleg waarom je dat denkt als opmerking eronder zetten. Na een week volgt het goede antwoord én de nieuwe vraag. De actuele vraag van de week kun je vinden op de homepage van deze website. Hieronder tref je de voorgaande vragen van de week aan, compleet met het juiste antwoord en een toelichting.

Voor de vragen uit 2019 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2018 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2017 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2016 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2015 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2014 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2013 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2012 kun je hier klikken

Voor de vragen uit 2011 kun je hier klikken

Spelregelvraag van de week (3 januari 2020):

Nadat bij een wedstrijd in het amateurvoetbal een doelpunt is gescoord door ploeg A en voordat het spel is hervat, ziet de scheidsrechter dat de verzorger van ploeg A op het speelveld is. De assistent-scheidsrechter, die door de scheidsrechter wordt geraadpleegd, bevestigt dat de verzorger al op het speelveld was toen er werd gescoord. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Hij kent een doelpunt toe, indien de verzorger het spel niet beïnvloedde.

B. Hij kent een doelpunt toe en stuurt de verzorger naar de dug-out.

C. Hij keurt het doelpunt af en laat hervatten met een indirecte vrije schop voor partij B in het doelgebied van partij B

D. Hij keurt het doelpunt af en hervat met een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied van partij B 

Het juiste antwoord is C: Het zonder toestemming van de scheidsrechter betreden van het speelveld, is een overtreding welke moet worden bestraft met een indirecte vrije schop, tenzij de scheidsrechter voordeel kan toepassen, hetgeen hier niet van toepassing is. Omdat de verzorger geacht wordt te behoren tot ploeg A, volgt ook hier een indirecte vrije schop, welke in dit geval op een willekeurige plaats vanuit het doelgebied van ploeg B mag worden genomen.

Spelregelvraag van de Week (10 januari 2020)

In welke gevallen moet een trainer een gele kaart ontvangen?

A. Herhaaldelijk het verlaten van de instructie zone / aanhoudend onacceptabel gedrag.

B. Op beschaafde wijze tonen van ontevredenheid / op agressieve wijze de instructiezone van de tegenpartij betreden.

C. Het betreden van de referee review area / opzettelijk een voorwerp op het speelveld trappen

D. Fysiek of agressief gedrag toont / het speelveld betreden

Het juiste antwoord is A: Voor de gevallen genoemd bij de antwoorden B, C en D geldt tenminste 1 situatie waarvoor de rode kaart moet worden getoond.

Spelregelvraag van de Week (17 januari 2020)

In een wedstrijd wordt de bal op het middenveld tegen de scheidsrechter aangeschoten en komt zo bij de andere partij terecht. De scheidsrechter fluit af en geeft een scheidsrechtersbal. Op welke plaats moet de scheidsrechtersbal nu worden genomen?

A. Daar waar de bal de scheidsrechter raakte

B. Daar waar de speler stond die de bal het laatst raakte voor deze tegen de scheidsrechter kwam

C. Daar waar de speler stond, die de bal via de scheidsrechter kreeg

D. Op elk willekeurige plek op het middenveld

Het antwoord moet B zijn: regel 9, pagina 42, onder punt 1. Omdat de bal bij een tegenstander terecht kwam moet de scheidsrechter een scheidsrechtersbal toekennen. Deze scheidsrechtersbal wordt zo gegeven, dat deze weer terecht komt bij de ploeg die de bal het laatst raakte en ook op de plaats waar de speler de bal het laatst raakte, voordat deze tegen de scheidsrechter aan kwam. De tegenpartij moet op tenminste vier meter afstand blijven bij de uitvoering van de scheidsrechtersbal.

Spelregelvraag van de Week (24 januari 2020)

Welke twee antwoorden zijn correct bij een strafschoppenserie?

A. De scheidsrechter moet de strafschoppenserie staken als een team minder dan zeven spelers heeft.

B. Een geblesseerde speler mag worden vervangen.

C. Als alle spelers een strafschop genomen hebben en er is nog geen beslissing, dan moet de eerste speler een tweede strafschop nemen enzovoorts.

D. Het team dat de toss wint kiest of ze de eerste of de tweede strafschop willen nemen.

E. Een speler die in aanmerking komt om deel te nemen aan de strafschoppenserie, mag met zijn doelverdediger van plaats wisselen.

Het antwoord moest D en E. zijn. Zie de toelichtingen op pagina 44, bij regel 10 (handleiding spelregels). Antwoord A was niet correct, dan gaat men gewoon verder met de afwerking van de strafschoppenserie. Wat antwoord B betreft: een geblesseerde speler mag tijdens een strafschoppenserie niet meer vervangen worden, met uitzondering van de doelverdediger. En dan antwoord C: als alle spelers hebben deelgenomen aan de strafschoppenserie, is men vrij een andere volgorde toe te passen.

Spelregelvraag van de Week (31 januari 2020)

Een vraag met twee stellingen:

1. Als een team het niet eens is met de scheidsrechter en massaal van het veld loopt, is de wedstrijd onmiddellijk definitief gestaakt.

2. Verzorgers mogen alleen het speelveld in komen na toestemming van de scheidsrechter.

A. Alleen stelling 1 is juist

B. Alleen stelling 2 is juist

C. Beide stellingen zijn juist

D. Beide stellingen zijn niet juist

Het juiste antwoord is C. Bij het massaal van het veld lopen, omdat men het niet eens is met de beslissing van de scheidsrechter, behoeft de scheidsrechter geen afkoelingsperiode te geven. Zou men niet willen aftrappen, dan geldt er nog wel een procedure. Verzorgers mogen pas het speelveld betreden nadat de scheidsrechter hen een seintje daartoe heeft gegeven.

Spelregelvraag van de Week (7 februari 2020)

Als een speler op het doel van de tegenstander schiet raakt de bal een medespeler die in de baan van het schot stond. Deze speler heeft zijn handen in natuurlijke houding naast zijn lichaam en hij maakt geen bewuste actie naar de bal die zijn arm licht aanraakt . Wat moet de scheidsrechter beslissen als de bal vervolgens in het doel gaat?

A. Aftrap na geldig doelpunt.

B. Directe vrije schop voor de verdedigende partij.

C. Directe vrije schop verdedigende partij en een gele kaart voor de medespeler die de bal met de arm raakte.

D. Directe vrije schop verdedigende partij en een rode kaart voor de medespeler die de bal met de arm raakte.

Het juiste antwoord is B: Hier wordt hands gemaakt door een mede-aanvaller en dat wordt altijd als strafbaar hands aangemerkt. De spelhervatting is een directe vrije schop voor de tegenpartij. Omdat dit geen onsportief gedrag is, wordt er geen kaart getoond.

Spelregelvraag van de Week (14 februari 2020)

Een aanvaller van partij A maakt binnen het strafschopgebied van partij B hands. Een verdediger van partij B speelt de bal nu uit de toegekende vrije schop naar een medespeler. Doordat de verdediger de bal niet goed raakt, verdwijnt de bal binnen het strafschopgebied over de doellijn. Wat beslist de scheidsrechter?

A.        Hij laat de vrije schop overnemen.

B.        Hij kent een hoekschop toe.

C.        Hij kent een doelschop toe.

D.        Hij kent een doelpunt of hoekschop toe.

Het juiste antwoord is B: Omdat de bal nu al in het spel is, zodra de bal getrapt is en duidelijk beweegt, behoeft de vrije schop niet overgenomen te worden. Omdat er uit een directe vrije schop niet rechtstreeks gedoelpunt kan worden en de bal over de doellijn verdwijnt, is de spelhervatting altijd een hoekschop. Het maakt niet uit of de bal door het doelvlak gaat of over de doellijn naast het doel gaat.

Spelregelvraag van de Week (21 februari 2020)

Als de bal uit een doelschop op weg is naar de lijn van het strafschopgebied, komt een aanvaller het strafschopgebied binnen lopen. Hij wordt nu door een verdediger, die is meegelopen binnen dit gebied, vastgehouden waardoor de aanvaller ten val komt. Hoe reageert de scheidsrechter?

A. Hij toont de verdediger de gele of rode kaart en geeft de aanvallende partij een strafschop.

B. Hij toont de verdediger de gele kaart en laat de doelschop overnemen.

C. Hij laat de doelschop overnemen.

D. Hij toont de verdediger de gele kaart en laat hervatten met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij vanwege het door de aanvaller te vroeg betreden van het strafschopgebied.

Het juiste antwoord is A: De bal is in het spel vanaf het moment dat  de doelschop is genomen (dus getrapt is en duidelijk beweegt). De aanvaller wordt daarna vastgehouden waardoor hij ten val komt. Voor deze overtreding wordt aan de aanvallende partij een strafschop toegekend. Wordt door de overtreding een duidelijke scoringskans ontnomen dan zou een rode kaart getoond moeten worden en anders een gele kaart wegens onsportief gedrag.

Spelregelvraag van de Week (28 februari 2020)

Tijdens het spel ziet de scheidsrechter dat een wisselspeler vanuit de dug-out spuwt naar de vierde official. Wat moet de scheidsrechter beslissen nadat hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

A. Hij stuurt de wisselspeler weg en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.

B. Hij toont de wisselspeler de rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.

C. Hij toont de wisselspeler de rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.

D. Hij toont de wisselspeler de rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal het laatst geraakt werd.

Het juiste antwoord is C: Voor het spuwen wordt de wisselspeler de rode kaart getoond. De spelhervatting is een directe vrije schop, welke dient te worden genomen op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding (pagina 57, laatste stip, 2e streepje).

Spelregelvraag van de Week (6 maart 2020)

Er wordt een indirecte vrije trap genomen. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan? Hieronder 5 antwoordmogelijkheden. Welke 2 zijn juist?

A. Alle speler behalve de nemer moeten op 9.15 mtr van de bal zijn.

B. Er mag pas gespeeld worden na een fluitsignaal.

C. De scheidsrechter moet een arm in de lucht steken.

D. De bal is in het spel zodra deze is getrapt en beweegt.

E. De bal mag niet achteruit worden gespeeld.

Het juiste antwoord is C en D: Bij een indirecte vrije schop als spelhervatting moet de scheidsrechter een arm de lucht in steken. Alleen bij doelrijpe situaties moet de arm in de lucht blijven totdat de bal door een andere speler is gespeeld of geraakt. In alle andere gevallen mag de arm na de spelhervatting snel weer naar beneden worden gebracht. En zoals bij vele spelhervattingen is de bal in het spel zodra deze is getrapt en beweegt. Dus C en D zijn de juiste antwoorden. Men hoeft niet altijd op 9.15 m te staan (bijvoorbeeld indirecte vrije schop op 6 meter van het doel), er hoeft niet altijd bij iedere spelhervatting een fluitsignaal te worden gegeven en de bal mag bij een indirecte vrije schop in alle richtingen worden gespeeld.

Spelregelvraag van de Week (13 maart 2020)

Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn, omdat hij denkt dat je zo een aanvaller buitenspel kunt zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen, stapt de verdediger het speelveld weer in. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A. Hij laat doorspelen

B. Hij onderbreekt en zal de doelverdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de verdediger het veld in kwam

C. Hij laat doorspelen en zal de verdediger bij de eerstvolgende onderbreking een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld

D. Hij onderbreekt en zal de doelverdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken

Het antwoord moest C zijn: hiervoor hoeft het spel niet onderbroken te worden, maar de speler moet wel een gele kaart worden getoond wegens het zonde toestemming verlaten van het veld en ook voor het zonder toestemming betreden van het veld zou, dan een tweede, gele kaart moeten volgen. Men heeft echter besloten dat hierbij met één gele kaart kan worden volstaan.

Spelregelvraag van de Week (20 maart 2020)

Een aanvaller ontvangt de bal uit een scheidsrechtersbal en dribbelt naar voren, waarna hij op doel schiet. De doelverdediger probeert het schot te stoppen, maar de bal glijdt door zijn handen en verdwijnt toch in het doel. Hoe moet de scheidsrechter het spel nu hervatten?

A. Scheidsrechtersbal

B. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de aanvaller de bal voor de tweede maal raakte

C. Aftrap na geldig doelpunt

D. Hoekschop

Het antwoord op de vraag moest C zijn: om uit een scheidsrechtersbal rechtstreeks een doelpunt te maken, moet de bal altijd door twee spelers worden aangeraakt. En dat is hier dus het geval. De doelman raakt de bal met zijn handen aan, en daarna verdwijnt de bal in het doel. Daarmee is een geldig doelpunt gemaakt

Spelregelvraag van de Week (27 maart 2020)

Een aanvaller staat in een strafbare buitenspelpositie op het moment van spelen. Hij beweegt zich echter richting eigen speelhelft en ontvangt de bal als hij zich op circa 5 meter van de middenlijn, op eigen speelhelft, bevindt. Waar zal het spel met een indirecte vrije schop moeten worden hervat?

A. waar de speler was op het moment dat de bal gespeeld werd

B. op de middenlijn

C. waar de bal was toen de scheidsrechter affloot

D. waar de speler de bal ontving

Het juiste antwoord is D: Sinds kort dient de indirecte vrije schop te worden genomen op de plek waar de buitenspel staande speler de bal raakt en dat kan sinds kort ook op eigen helft zijn. Beoordeling al dan niet strafbaar buitenspel staan is niet veranderd, maar de plaats van de spelhervatting dus wel.

Spelregelvraag van de Week (3 april 2020)

Een aanvaller gaat alleen op het doel af, als hij een fluitsignaal hoort. Woedend neemt hij de bal buiten het strafschopgebied in zijn handen. Uit frustratie trapt hij de bal weg en beklaagt zich hevig bij de scheidsrechter. Wat zal de scheidsrechter doen als het fluitsignaal niet van hem was, maar afkomstig was van het publiek?

A. Hij geeft de aanvaller een waarschuwing en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de aanvaller de bal voor het laatst aangeraakt heeft.

B. Hij geeft de aanvaller een waarschuwing en kent de tegenpartij een indirecte vrije schop toe op de plaats waar de aanvaller de bal in zijn handen nam.

C. Hij geeft de aanvaller een waarschuwing en kent de tegenpartij een directe vrije schop toe op de plaats waar de aanvaller de bal in zijn handen nam.

D. Hij hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de aanvaller de bal voor het laatst aangeraakt heeft

Het antwoord is A: zie regel 5, pagina 25. Hier wordt het spel van buitenaf verstoord en daarom is de spelhervatting geen vrije schop, maar een scheidsrechtersbal. En wel op de plaats waar de aanvaller de bal voor het laatst raakte. Voor zijn onsportieve gedrag moet hem wel een gele kaart worden getoond.

Spelregelvraag van de Week (10 april 2020)

Tijdens het spel wordt de bal tegen de scheidsrechter gespeeld. In welke van de volgende gevallen zal het spel NIET worden hervat met een scheidsrechtersbal?

A. een team kan een veel belovende aanval starten

B. de bal gaat via de scheidsrechter direct in het doel

C. de bal gaat via de scheidsrechter over de zijlijn

D. het andere team komt in balbezit.

Het juiste antwoord is C: Kijk regel 8, pagina 39. In de regels is duidelijk aangegeven in welke situaties er een scheidsrechtersbal moet komen, als de bal tegen de scheidsrechter aan wordt geschoten. Bij A, B en D moet de spelhervatting een scheidsrechtersbal zijn, maar gaat de bal via de scheidsrechter over de zijlijn dan is de spelhervatting gewoon een inworp.

Spelregelvraag van de Week (17 april 2020):

Stelling 1: Als de doelman de bal rechtstreeks gooit in het doel van de tegenstander, dan wordt een doelpunt toegekend.

Stelling 2: Als een doelman de doeltrap rechtstreeks in het doel van de tegenstander trapt, dan wordt een doelpunt toegekend.

A. Beide stellingen zijn onjuist

B. Beide stellingen zijn juist

C. Stelling 1 is juist, stelling 2 onjuist

D. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

Het antwoord op de vraag moest D zijn: Als de doelman de bal rechtstreeks in het doel van de tegenpartij gooit, is de spelhervatting een doelschop voor de tegenpartij, dus die stelling is niet juist (regel 10, pagina 44). Uit een doelschop kan rechtstreeks gescoord worden in het doel van de tegenpartij als er verder geen overtredingen worden gemaakt. daarom is stelling 2 wel juist.

Spelregelvraag van de Week (24 april 2020)

Welke criteria dient een scheidsrechter in acht te nemen bij de beoordeling of er sprake is van het ontnemen van een doelpunt of een duidelijke scoringskans? Dit  is een vraag met 6 antwoorden, waarvan er slechts 3 goed zijn. Welke 3 antwoorden zijn goed?

A. Snelheid van de aanvaller ten opzichte van de verdedigers

B. Overtreding binnen of buiten het strafschopgebied

C. Afstand tussen overtreding en het doel

D. Gaat de overtreding gepaard met contact

E. Algemene richting van het spel

F. Plaats en aantal verdedigers

Het antwoord op de laatste vraag van april had C, E en F moeten zijn: in regel 12 op pagina 55 staat duidelijk aangegeven waar de scheidsrechter op moet letten bij de beoordeling of er sprake is van het ontnemen van een doelpunt of duidelijke scoringskans. De snelheid van de aanvaller is niet van invloed. ook kan zowel binnen als buiten het strafschopgebied een overtreding worden gemaakt, waarbij beoordeeld moet worden of er sprake is van het ontnemen van een doelpunt of duidelijke scoringskans. Er hoeft ook niet altijd contact te zijn (bijvoorbeeld hands). Wel is de afstand tussen overtreding en het doel bepalend. Verder moet er ook op gelet worden of men richting doel gaat en verder of er nog andere verdedigers zijn die nog iets kunnen redden.

Spelregelvraag van de Week (1 mei 2020)

Partij A krijgt buiten het eigen strafschopgebied een vrije schop te nemen. De nemer van de vrije schop wipt de bal omhoog, waarna een medespeler de bal met de knie terugspeelt op zijn doelverdediger. Deze vangt de bal met zijn handen op en schiet de bal ver het veld in. Wat zal de scheidsrechter beslissen?

A. Indirecte vrije schop partij B

B. Indirecte vrije schop partij B, speler van partij A die de bal met de knie terugspeelde gele kaart

C. Indirecte vrije schop partij B, doelverdediger van partij A gele kaart

D. Doorspelen

Het antwoord is D. De vraag is eigenlijk,  wordt hier een “truc” toegepast of niet. Dat is hier echter niet het geval. De eerste speler neemt namelijk de vrije trap door deze op te wippen. Dit mag hij doen. De tweede speler speelt de bal die in de lucht is met de knie terug naar de keeper. Ook hij mag dit doen. Geen van beide spelers haalt dus een ‘truc’ uit en het spel kan dus gewoon doorgaan.

Spelregelvraag van de Week (8 mei 2020)

Twee aanvallers, waarvan één vanuit een buitenspelpositie, rennen naar de bal die door een ploeggenoot werd gespeeld. Een verdediger, die zich op tien meter van de bal bevindt, brengt de aanvaller die zich in buitenspelpositie bevond op onvoorzichtige wijze ten val.  Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A.      Hij moet het buitenspel staan bestraffen

B.      Een directe vrije schop toekennen

C.      Een directe vrije schop toekennen met bijbehorende disciplinaire straf

D.      Beide spelers overtreden de spelregels, dus onderbreken en hervatten met scheidsrechtersbal

Het antwoord had B moeten zijn: De speler die buitenspel stond raakte nog niet de bal en daardoor was het buitenspel nog niet strafbaar. Het op onvoorzichtige wijze ten val brengen van deze speler betekent een directe vrije schop voor de tegenpartij.

Spelregelvraag van de Week (15 mei 2020)

Een aanvaller van partij A wil snel een vrije schop nemen. Een verdediger van partij B gaat nu expres vlak voor de bal staan. De aanvaller schiet vervolgens de bal heel hard tegen deze verdediger. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Speler van partij A wordt rode kaart getoond, de verdediger een gele kaart. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij A.

B. Speler van partij A wordt rode kaart getoond, de verdediger een gele kaart. Er wordt hervat met directe vrije schop voor partij B op de plaats waar de speler door de bal werd geraakt.

C. Beide spelers wordt de gele kaart getoond. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij A.

D. Beide spelers worden vermaand. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij A.

Het juiste antwoord is A: Hier is sprake van twee overtredingen. De eerste is het vertragen van een spelhervatting door expres vlak voor de bal te gaan staan. Deze overtreding door de verdediger leidt tot het tonen van een gele kaart en het opnieuw nemen van de oorspronkelijke vrije schop voor partij A.

De tweede overtreding is een gewelddadige handeling door de aanvaller van partij B, namelijk het opzettelijk de bal ‘heel hard’ tegen de verdediger aanschieten. Dit moet worden bestraft met een veldverwijdering door middel van het tonen van de rode kaart.

Spelregelvraag van de Week (22 mei 2020)

Een doelverdediger heeft de bal in bezit en wil deze naar een medespeler gooien. Echter, in plaats van die medespeler te bereiken gooit hij de bal tegen de scheidsrechter aan. Nog net voordat een tegenstander bij de bal kan komen, raapt de doelverdediger de bal weer binnen zijn strafschopgebied op. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Affluiten en het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij, op de plaats waar de doelverdediger de bal opraapte.

B. Affluiten en het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij, op de plaats waar de scheidsrechter werd geraakt. 

C. Affluiten en het spel hervatten met een scheidsrechtersbal, op de plaats waar de scheidsrechter werd geraakt.

D. Doorspelen.

Het antwoord op de vraag had A moeten zijn: Er zou een scheidsrechtersbal moeten worden toegekend als er direct een doelrijpe kans zou ontstaan, er een doelpunt gescoord zou worden of als de bal bij de tegenstander terecht zou zijn gekomen. Nu er geen aanleiding is om dus een scheidsrechtersbal toe te kennen, is er sprake van het twee keer spelen van de bal met de hand door de doelverdediger (binnen het strafschopgebied). Hiervoor moet een indirecte vrije schop worden toegekend op de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer met de hand speelde. Dit is waar hij hem opraapte.

Spelregelvraag van de Week (29 mei 2020)

Een aanvaller is bij de aanval van zijn team in de doelnetruimte terecht gekomen. Als hij ziet dat een medespeler de bal op het doel gaat schieten, roept hij luid naar een tegenstander: ”Laat gaan die bal. Is voor mij”. De bal gaat in het doel. Wat zal de scheidsrechter beslissen?

A. Hij kent het doelpunt niet toe, want de aanvaller die in de netruimte staat, misleidt zijn tegenstander verbaal gedurende het spel. Hij toont hem de gele kaart voor onsportief gedrag en hervat het spel met een indirecte vrije schop.

B. Hij kent het doelpunt toe, want de aanvaller staat niet in het speelveld en mag stil staan in de netruimte.

C. Hij kent het doelpunt toe, want het roepen wordt niet beschouwd als ingrijpen in het spel.

D. Hij kent het doelpunt niet toe, want de aanvaller die in de netruimte staat, misleidt zijn tegenstander verbaal gedurende het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Het juiste antwoord is A: Er zou een scheidsrechtersbal moeten worden toegekend als er direct een doelrijpe kans zou ontstaan, er een doelpunt gescoord zou worden of de bal bij de tegenstander terecht zou zijn gekomen. Nu er geen aanleiding is om dus een scheidsrechtersbal toe te kennen, is er sprake van het twee keer spelen van de bal met de hand door de doelverdediger (binnen het strafschopgebied). Hiervoor moet een indirecte vrije schop worden toegekend op de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer met de hand speelde. Dit is waar hij hem opraapte.

Spelregelvraag van de Week (5 juni 2020)

Ai, een toeschouwer op het veld! En hij houdt de bal tegen om zo een goal te voorkomen. De bal gaat nu rakelings langs het doel om zo achter de achterlijn te geraken. Pffff, wat moet je nu doen?

A. Je kiest voor een indirecte vrije schop, die vanaf elk willekeurig punt binnen het doelgebied genomen mag worden.

B. Het wordt gewoon een doelschop, de verdedigende partij heeft de bal immers niet geraakt.

C. Dat wordt een indirecte vrije schop op de plaats waar de toeschouwer de bal raakte.

D. Je geeft een scheidsrechtersbal.

Het juiste antwoord is D. Zie regel 12, pagina 57, onder 4. Omdat een toeschouwer niet behoort tot één van de partijen, moet hier een neutrale oplossing worden verkregen en dat is dus een scheidsrechtersbal.

Spelregelvraag van de Week (12 juni 2020)

Speler A van ploeg B glijdt telkens uit en kiest er zelf voor zijn schoenen om te wisselen voor andere. De wedstrijd is echter nog in volle gang en nét wanneer hij zijn nieuwe schoenen aan heeft en de oude buiten het veld heeft staan krijgt hij de bal toegespeeld. Deze actie leidt tot een doelpunt. Wat doe je als scheidsrechter?

A. Het is een doelpunt. De spelregels zeggen hier niets over.

B. Het is een doelpunt, de schoenen hadden al door de scheidsrechter gecontroleerd moeten worden om toestemming te krijgen om het veld opnieuw te betreden na het omwisselen.

C. Je fluit af, het is geen geldige actie en controleert de schoenen. De tegenpartij krijgt een indirecte vrije trap.

D. Je fluit af, stuurt de speler van het veld en laat hervatten met een indirecte vrije trap voor de tegenpartij. Bij de eerstvolgende onderbreking controleert je de schoenen.

Het antwoord op de vraag had B moeten zijn: Zie regel 4. Omdat de wisseling van uitrusting al had plaatsgevonden, kan het gescoorde doelpunt in stand blijven. De regels schrijven echter wel voor dat de scheidsrechter de schoenen had moeten controleren, alvorens de speler verder mocht meespelen.

Spelregelvraag van de Week (19 juni 2020)

De keeper neemt een doelschop en hij neemt hem snel. Zo snel dat hij de bal op de grond gooit en terwijl deze nog in het doelgebied rolt, zo met een ver schot naar voren schiet. Keur je dit goed?

A. Ja, dit keur ik goed. De bal was volgens de regels nog in het doelgebied toen deze getrapt werd.

B. Nee, dit keur ik niet goed. De bal lag immers niet stil op de horizontale lijn van het doelgebied.

C. Nee, dit keur ik niet goed. Bij het nemen van een doelschop moet de bal ten alle tijde stil liggen.

D. Ja, dit keur ik goed. De keeper mag zijn doelschop namelijk op elke willekeurige plaats vanuit het doelgebied nemen.

Het antwoord op de vraag moest C zijn: Zie regel 16, pagina 67. Hier is bepaald dat bij een doelschop de bal stil moet liggen binnen het doelgebied, en vanuit het doelschopgebied moet worden getrapt door een speler van de verdedigende partij.

Spelregelvraag van de Week (26 juni 2020)

Bij een strafschop neemt een speler een aanloop en schopt hij de bal zonder zijn aanloop te onderbreken met zijn hak zo het doel in. Wat moet je beslissen?

A. Je moet de strafschop opnieuw laten weten

B. Je moet hier een doelpunt toekennen

C. Je moet de speler geel geven en de tegenpartij een indirecte vrije trap toekennen vanaf de doelstip

D. Je moet de speler geel geven en de strafschop opnieuw laten nemen.

Het antwoord had B moeten zijn: zie regel 14, pagina 62. De strafschopnemer moet de bal in voorwaartse richting trappen; een hakbal is toegestaan, onder de voorwaarde dat de bal voorwaarts beweegt.

Spelregelvraag van de Week (3 juli 2020)

Bij de uitvoering van een strafschop komt een doelverdediger veel te snel naar voren gelopen en hij stopt de bal, die vervolgens voor de voeten van een speler van de tegenpartij terecht komt, die op hetzelfde moment duidelijk te vroeg is toegelopen. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Hij fluit af, toont de doelverdediger een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

B. Hij fluit af, toont de doelverdediger én de speler een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

C. Hij fluit af en laat de strafschop overnemen.

D. Hij fluit af en hervat het spel met een scheidsrechtersbal voor de doelverdediger.

Het antwoord op de vraag had B moeten zijn: zie pagina 63, regel 14, Spelregels Veldvoetbal. Als zowel de doelverdediger als de nemer tegelijkertijd een overtreding begaan, en de strafschop wordt gemist of tegengehouden, dan wordt de strafschop overgenomen en ontvangen beide spelers een waarschuwing.

Spelregelvraag van de Week (10 juli 2020)

Bij een schot op doel dreigt de bal hoog in het verlaten doel van partij A te gaan omdat de doelverdediger enkele meters voor zijn doel op de grond ligt. Een wisselspeler van partij A, die in de buurt van het doel aan het warmlopen is, ziet het gevaar, loopt het doelgebied in en kopt de bal over het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Een hoekschop toekennen en de wisselspeler een gele kaart tonen.

B. Een hoekschop toekennen en de wisselspeler een rode kaart tonen.

C. De wisselspeler een rode kaart tonen en het spel laten hervatten met een strafschop.

D. De wisselspeler een gele kaart tonen en het spel hervatten met een scheidsrechtersbal voor de doelverdediger

Het juiste antwoord is C: zie het schema met overtredingen binnen en buiten het speelveld.

Spelregelvraag van de Week (17 juli 2020)

Een trainer is ontevreden over een speler die zijn opdrachten niet goed uitvoert en hij maakt dit tijdens de wedstrijd aan de speler met gebaren duidelijk. De speler reageert kwaad, loopt het veld uit en slaat zijn trainer. De scheidsrechter ziet dit, fluit af en toont de speler de rode kaart. Hoe moet het spel worden hervat?

A. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

B. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn het dichtst bij de plaats waar de trainer werd geslagen.

C. Scheidsrechtersbal op de plaats van de overtreding.

D. Scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal het laatst geraakt werd.

Het juiste antwoord is B: Zie schema Overtredingen binnen en buiten het speelveld.

Spelregelvraag van de Week (24 juli 2020)

Als de bal in het spel is fluit de scheidsrechter voor een overtreding en toont de betreffende speler een rode kaart. Welke van onderstaande overtredingen heeft dan plaatsgevonden, als de scheidsrechter het spel wil laten hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de betreffende speler stond toen hij de overtreding beging?

A. Een speler heeft een tegenspeler geslagen binnen het speelveld.

B. Een speler heeft de scheidsrechter weggeduwd.

C. Een speler heeft het speelveld verlaten om een trainer in de instructiezone een klap te geven.

D. Een speler beledigt de scheidsrechter op grove wijze.

Het juiste antwoord is D: Zie pagina 52, regel 12, Spelregels veldvoetbal. De rode kaart is geen issue. De spelhervatting kunnen we terug vinden in regel 12, ‘zich schuldig maakt aan het geven van commentaar, het gebruiken van grove, beledigende of ongepaste taal en/of gebaren of andere verbale overtredingen maakt‘.

Spelregelvraag van de Week (31 juli 2020)

Drie goed en drie fout… Welke van de onderstaande zaken over de speeltijd, extra tijd en de rust zijn juist?

A. In elke helft telt de scheidsrechter tijd bij die verloren is gegaan door het nemen van disciplinaire maatregelen.

B. Een korte drinkpauze tijdens de onderbreking halverwege de verlenging is toegestaan.

C. De duur van de rust na de eerste helft mag alleen met toestemming van de scheidsrechter worden gewijzigd.

D. De spelers hebben recht op een rust na de eerste helft. Deze rust duurt minimaal tien minuten.

E. Als de scheidsrechter in de eerste helft vijf minuten te kort heeft laten spelen, mag hij dit compenseren door de tweede helft vijf minuten langer te laten spelen.

F. De aangegeven extra tijd aan het einde van een speelhelft mag worden ingekort door de scheidsrechter.

 De juiste antwoorden zijn A , B en C. We geven een korte toelichting op de onjuiste beweringen.

D. de spelers hebben recht op een rust na de eerste helft. Deze rust mag niet langer duren dan vijftien minuten.

E. Als de scheidsrechter in de eerste helft een fout heeft gemaakt met betrekking tot het bijhouden van de tijd, dan mag hij dat niet compenseren door de lengte van de tweede helft te veranderen.

F. De extra tijd mag worden verlengd door de scheidsrechter, maar niet worden ingekort.

Spelregelvraag van de Week (7 augustus 2020)

Een verdediger neemt een vrije schop en speelt de bal in de richting van zijn eigen doel. Als hij ziet dat een aanvaller op de bal af gaat, speelt hij de bal opnieuw en ontneemt daarmee de aanvaller een duidelijke scoringskans. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Indirecte vrije schop, geen disciplinaire straf

B. Indirecte vrije schop en gele kaart

C. Indirecte vrije schop en rode kaart

D. Directe vrije schop of strafschop en rode kaart

Het juiste antwoord is C: het tweemaal spelen van de bal geeft een indirecte vrije schop, maar omdat hier ook een duidelijke scoringskans wordt ontnomen, moet als persoonlijke straf een rode kaart getoond worden.

Spelregelvraag van de Week (14 augustus 2020)

Een verdediger brengt binnen zijn strafschopgebied, bij een duel om de bal, een aanvaller ten val en ontneemt hem daardoor een duidelijke scoringskans. De scheidsrechter past echter de voordeelregel toe, omdat de bal bij een medespeler komt die in een uitstekende positie komt om te scoren. Hij verzilvert deze kans echter niet, want hij schiet de bal naast het doel. Wat beslist de scheidsrechter nu?

A. Hij toont de verdediger alsnog de rode kaart, omdat er niet onmiddellijk na het voordeel gescoord werd    

B.  Hij toont de verdediger de gele kaart, omdat er door het voordeel een duidelijke scoringskans bleef bestaan

C. Hij geeft alsnog een strafschop en geeft de verdediger geen disciplinaire straf

D. Hij geeft een doelschop en geeft de verdediger geen disciplinaire straf.

Het juiste antwoord had D moeten zijn: Hier werd terecht voordeel gegeven, omdat de medespeler in een uitstekende positie kwam om te scoren. Dat hij evenwel niet scoort, doet niet ter zake. De bal wordt naast geschoten en daardoor is een doelschop de spelhervatting. Er hoeft geen disciplinaire straf gegeven te worden, omdat in de vraagstellig niet wordt gesteld dat de verdediger zijn tegenstander onbesuisd of met buitensporige inzet ten val heeft gebracht.

Spelregelvraag van de Week (21 augustus 2020)

Een speler van Team A mag een strafschop nemen. De nemer maakt een schijnbeweging bij het trappen van de bal, nadat de aanloop is afgerond. Tegelijkertijd begaat de doelverdediger een overtreding. Hij komt voordat de bal gespeeld is van de doellijn af. Wat zal de scheidsrechter moeten beslissen als de bal gestopt wordt door de doelman?

A. Hij laat de strafschop overnemen omdat beide spelers op hetzelfde moment een overtreding begaan

B. Hij kent een indirecte vrije schop toe tegen de nemer en toont hem tevens een gele kaart voor onsportief gedrag.

C. Hij kent een indirecte vrije schop toe tegen de doelman en toont hem tevens een gele kaart voor onsportief gedrag.

D. Hij laat de strafschop overnemen en geeft beide spelers een gele kaart voor onsportief gedrag

Het juiste antwoord is B: de eerste overtreding is het maken van een schijnbeweging nadat de aanloop is afgerond. Dat is ook de ernstigste overtreding.

Spelregelvraag van de Week (28 augustus 2020)

Bij een strafschoppenserie wordt het aantal spelers van beide teams teruggebracht tot een gelijk aantal, omdat één team de wedstrijd met 10 man beëindigde. Tijdens de serie krijgt de doelverdediger van één van de teams een 2e gele kaart voor het herhaaldelijk te vroeg van zijn doellijn komen. De 1e gele kaart had hij tijdens de wedstrijd ontvangen. Wat moet er nu gebeuren?

A. De doelverdediger mag vervangen worden, als er nog geen 3 wisselspelers gebruikt zijn.

B. De doelverdediger mag vervangen worden door de speler die niet mocht deelnemen aan de serie om het aantal spelers van beide teams gelijk te houden.

C. De doelverdediger zal vervangen moeten worden door één van de 9 andere spelers die aan de serie deelnemen. Tevens zal het andere team ook met 1 speler minder verder moeten gaan

D. De gele kaart die de doelverdediger kreeg tijdens de wedstrijd wordt niet meegenomen in de strafschoppenserie, de doelverdediger mag daarom het doel blijven verdedigen en zal pas vervangen moeten worden als hij nog een gele kaart krijgt.

Het juiste antwoord is D: zie bepalingen van de wijzigingen van de regels bij de strafschoppenserie.

Spelregelvraag van de Week (4 september 2020)

Nadat een speler de bal rechtstreeks uit een scheidsrechtersbal heeft ontvangen, dribbelt hij een tiental meters en besluit hij op het doel van de tegenpartij te schieten. De keeper probeert de bal nog te stoppen, maar mist deze volledig en de bal gaat dan ook in het doel. Hoe wordt het spel nu hervat?

A. Doelschop

B. Aftrap na geldig doelpunt

C. Hoekschop

D. Scheidsrechtersbal

Het antwoord had A moeten zijn: om na een scheidsrechtersbal een doelpunt te kunnen scoren moet de bal altijd door tenminste twee spelers zijn aangeraakt.

Spelregelvraag van de Week (11 september 2020)

Een aanvaller van partij A wil snel een vrije schop nemen. Een verdediger van partij B gaat nu expres vlak voor de bal staan. De aanvaller schiet vervolgens de bal heel hard tegen deze verdediger. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Speler van partij A wordt de rode kaart getoond, de verdediger een gele kaart. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij B.

B. Speler van partij A wordt de rode kaart getoond, de verdediger een gele kaart. Er wordt hervat met een directe vrije schop voor partij B, op de plaats waar speler door de bal werd geraakt

C. Beide spelers wordt de gele kaart getoond. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij A

D. Beide spelers worden vermaand. Er wordt hervat met de oorspronkelijke vrije schop, dus voor partij A.

Het antwoord had A moeten zijn: hier was sprake van twee overtredingen. De eerste is het vertragen van een spelhervatting door expres vlak voor de bal te gaan staan. Deze overtreding leidt tot een gele kaart en het opnieuw nemen van de oorspronkelijke vrije trap door partij A. De tweede overtreding is een gewelddadige handeling door de aanvaller van partij B, namelijk het opzettelijk de bal heel hard tegen de verdediger aan schieten. Dit moet bestraft worden met een rode kaart.

Spelregelvraag van de Week (18 september 2020)

Welke criteria dient een scheidsrechter in acht te nemen bij het beoordelen of er sprake is van het ontnemen van een doelpunt of van een duidelijke scoringskans? Welke drie antwoorden zijn juist?

A. Snelheid van aanvaller t.o.v. verdedigers

B. Overtreding binnen of buiten het strafschopgebied

C. Afstand tussen overtreding en het doel

D. Gaat overtreding gepaard met contact

E. Algemene richting van het spel

F. Plaats van en aantal verdedigers

Het antwoord op de vraag had C, E en F moeten zijn: de antwoordmogelijkheden A, B en D deden niet ter zake.

Spelregelvraag van de Week (25 september 2020)

Welke stelling is juist?

A. Als een doelman de rechtstreeks in het doel van de tegenstander gooit wordt een doelpunt toegekend.

B. Als een doelman de doelschop rechtstreeks in het doel van de tegenstander trapt dan wordt een doelpunt toegekend.

Het antwoord op de vraag had B moeten zijn: stelling A is onjuist. In regel 10 staat: als de doelverdediger de bal rechtstreeks in het doel van de tegenpartij gooit, wordt een doelschop toegekend. Stelling B is wel juist: in regel 16 staat hierover dat vanuit een doelschop rechtstreeks kan worden gescoord, echter alleen in het doel van de tegenpartij.

Spelregelvraag van de Week ( 2 oktober 2020)

Een aanvaller gaat met de bal aan de voet het strafschopgebied in en wordt daar ten val gebracht. De scheidsrechter kent een strafschop toe. De aanvaller heeft verzorging gehad en vraagt nu of hij de strafschop mag nemen. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Hij staat dit zonder meer toe. Als er een strafschop genomen mag worden dan hoeft de aanvaller niet naar de zijkant als de aanvaller deze strafschop zelf neemt.

B. Hij staat dit alleen toe als de verdediger een gele kaart heeft gekregen.

C. Hij staat dit alleen toe als ook een andere medespeler geblesseerd is en verzorging heeft gekregen.

D.Hij staat dit niet toe omdat de geblesseerde speler altijd even naar de kant moet en er pas weer in mag nadat de strafschop is genomen.

Het juiste antwoord is A: zie regel 5, pagina 25 middenin onder ‘blessure’. Als de geblesseerde aanvaller ook de strafschop gaat nemen, dan hoeft hij niet eerst naar de kant. Dit is één van de uitzonderingen op de algemene regel dat spelers naar de kant moeten na een blessurebehandeling.

Spelregelvraag van de Week (9 oktober 2020)

Als een speler op het doel schiet van de tegenstander raakt de bal de arm van een medespeler die in de baan van het schot stond. Deze speler heeft zijn handen in natuurlijke houding naast zijn lichaam en maakt geen bewuste actie naar de bal. Wat moet de scheidsrechter beslissen als de bal vervolgens in het doel gaat?

A. Aftrap na geldig doelpunt. Deze manier van hands is niet met opzet en dus niet strafbaar.

B. Directe vrije schop voor de verdedigende partij. Ondanks dat dit niet bewust is wordt er wel direct gescoord en dat maakt het strafbaar.

C. Directe vrije schop voor de verdedigende partij en een gele kaart voor de speler die hands maakt. Ondanks dat dit niet bewust is wordt er wel direct gescoord en dat maakt het strafbaar.

D. Directe vrije schop voor de verdedigende partij en een rode kaart voor de speler die hands maakt. Ondanks dat dit niet bewust is wordt er wel direct gescoord en dat maakt het strafbaar.

Het antwoord had B moeten zijn: zie regel 12, pagina 51 bij hands. Als de bal zijn hand of arm heeft geraakt of de hand of arm van een ploeggenoot raakt, zelfs als dit onopzettelijk gebeurt, en vervolgens direct daarop wordt gescoord in het doel van de tegenpartij, dan is dit strafbaar hands en wordt het doelpunt niet goedgekeurd. Het spel wordt dan hervat met een directe vrije schop voor de verdedigende partij.

Spelregelvraag van de Week (16 oktober 2020)

Welke stelling is juist?

Stelling 1: als een speler een scheidsrechtersbal wint en deze gelijk tegen de paal schiet, mag hij de bal niet meer spelen.

Stelling 2: als er bij een scheidsrechtersbal een overtreding wordt gemaakt voordat de bal de grond heeft geraakt, is de spelhervatting altijd een scheidsrechtersbal.

A. Alleen stelling 1 is juist

B. Alleen stelling 2 is juist

C. Beide stellingen zijn juist

D. Beide stellingen zijn onjuist

Het juiste antwoord op de vraag had B moeten zijn: zie regel 8, pagina 40, bovenaan. Een scheidsrechtersbal is in het spel zodra de bal de grond raakt en dus bespeelbaar is voor een ieder. Als je echter rechtstreeks een doelpunt scoort, wordt deze niet goedgekeurd omdat de bal door tenminste twee spelers geraakt moet zijn. Hier wordt de bal dus tegen de paal geschoten, en mag daarna gewoon opnieuw worden gespeeld.

Spelregelvraag van de Week (23 oktober 2020)

Bij een inworp staat een tegenstander op minder dan twee meter van de plaats waar de inworp moet worden genomen. De scheidsrechter vermaant de speler om meer afstand te nemen maar de speler doet dit niet. De inworp wordt genomen en correct uitgevoerd. De scheidsrechter fluit af. Wat moet hij nu beslissen?

A. Inworp over laten nemen.

B. Een gele kaart tonen aan de speler die onvoldoende afstand nam en de inworp laten overnemen.

C. Een gele kaart tonen aan de speler die onvoldoende afstand nam en een indirecte vrije schop toekennen aan tegenpartij op de zijlijn.

D. Een gele kaart tonen aan de speler die onvoldoende afstand nam en een indirecte vrije schop toekennen aan de tegenpartij op de plaats waar deze speler stond.